Op een warme septemberavond loop ik over de Paseo Maritimo in Javea, vlak bij de havens. De geur van gegrilde octopus en zout zeewier vermengt zich met het geluid van rinkelende glazen en gedempte gesprekken in het Nederlands, Engels en Spaans. Het is een zintuiglijke overdaad – en daar sta ik stil bij het raadsel: waarom heeft dit stadje, met een inwonertal van nog geen 30.000, ruim 300 eetgelegenheden? Het antwoord ligt in de geschiedenis en de ligging. Javea is al eeuwen een vissersdorp, en de vangst wordt hier nog dagelijks op de kade verkocht. De vis komt vers binnen, de kruiden groeien in de bergen, en de liefde voor het delen van een maaltijd zit in het bloed. Maar het is ook de kosmopolitische mix: toeristen uit heel Europa, expats die zich permanent vestigen, en Spanjaarden die hun tradities willen behouden. Daardoor ontstaat een eetcultuur die nooit stilstaat.

Neem de onderkant van de prijsladder: de chiringuitos op het zand van Playa del Arenal, zoals Bar La Siesta, waar je voor een paar euro een ijsdrankje en een bocadillo krijgt, maar ook een bord paella van de dag. Hier komen locals na het werk, toeristen met natte haren. Iets hoger, in de middenklasse, vind je plekken als Restaurante El Rodat in het oude dorp, waar de rijstgerechten worden geserveerd in een sfeervolle binnenplaats omringd door keienmuren. Of Casa Pepa aan de voet van Montgó, waar je voor 30 euro per persoon een menu van de dag krijgt met wijn – de arroz a banda is hier een openbaring. Dan zijn er de sterrenrestaurants, zoals BonAmb in de heuvels van Cap Martí, waar chef Alberto Ferruz een Michelin-ster combineert met een zicht over de zee. Hier kost een menu 120 euro en opwaarts, maar elke gang is een kunstwerk.

De reden dat er zo veel zijn? Het is simpel: de seizoenen. Zomers zwelt de bevolking aan tot het dubbele, en iedereen wil een tafeltje met uitzicht. In de winter overleven de beste restaurants door lokale trouw – de Javeanen eten zelf ook vaak buitenshuis. Daarnaast is er een levendige foodie-scene onder expats, die nieuwe combinaties brengen, zoals een Aziatisch-Spaanse fusion in Monastrell aan de Carrer del Mar. Het is geen toeval dat je elke straat in de haven wel een tapasbar vindt: de traditie van het ‘picoteo’, kleine hapjes bij een glas wijn, zit in de cultuur. Van de budget-vriendelijke tapas bij El Puerto tot de verfijnde pintxos in La Tienda de Javea – het aanbod dekt elke beurs. En zo loop ik langs de terrassen, een glas vino tinto in de hand, en denk: 300 restaurants, maar elke avond voelt het alsof er een nieuw verhaal te proeven valt.