Het begint altijd met een stilte. Precies om middernacht, op het plein voor de kerk van Sant Bertomeu, valt de menigte even stil. Dan klinkt de eerste knal – droog, hard, alsof de aarde zelf een bres krijgt. In Javea barst het feest los met een donder die je tot in je botten voelt trillen. Naast me wijst een oude man naar de lucht: “Mira, hij heeft weer nieuwe vuurpijlen gebouwd. Hij is de beste van de stad.”
De lokale cohetero (vuurwerkmaker) runt een kleine pirotecnia (vuurwerkwerkplaats) aan de rand van Javea, vlak bij de Montgó. Hij is de derde generatie in een familie die al sinds de jaren twintig vuurwerk maakt voor de feesten. “Chinese fabrieken maken duizenden identieke cakejes,” vertelde hij me eens. “Wij maken elke explosie met de hand, elke kleur, elke echo. Het is het verschil tussen een platgedrukt liedje en een symfonie.”
Bij de Moros i Cristians, in juli, is de mascletà (een traditioneel vuurwerkspektakel met snelle knallen) geen show, het is een beuk op de borst. De Chinezen hebben de kwantiteit, maar de Spaanse meesters, en zeker die van Javea, hebben de ziel. Ze weten dat vuurwerk niet alleen moet schitteren – het moet schokken, overweldigen. Op het strand van l’Arenal, tijdens de San Juan-nacht, stijgen lampions op tussen fonteinen van goud en paars.
De oorsprong ligt in Valencia, waar pirotecnia al eeuwen een eerlijke kunst is. In Javea heeft elke wijk zijn eigen cohetero – ze concurreren niet met China, maar met elkaar. Bij de Fira de Tots Sants (Allerheiligenmarkt) op de Plaza de la Constitución discussiëren kenners over de zuiverheid van een rode flits. Dan, in het donker, komt het magnum opus: een finale die minutenlang duurt, de lucht een lappendeken van vuur en rook.
Na afloop, als de laatste vonken zijn gedoofd en de geur van buskruit nog hangt, drinken we een biertje in een lokaal café. De stemmen hees, de ogen rood. Iedereen is gelukkig. Want in Javea is vuurwerk geen herrie – het is een gesprek met de hemel, en de lokale cohetero heeft het laatste woord. En dat woord is altijd harder, mooier en gekker dan het lawaai van duizenden fabrieken aan de andere kant van de wereld.